Per huifkar naar Zuid-Frankrijk
 

Verander de achtergrondkleur  

 

Gefriemel,
gefrutsel,
'je t'aime'

 
 

 


Rianne rust uit

 

 

Wat is het leven mooi



Wat is geluk?



Gefriemel, gefrutsel,
'je t'aime'



Vive la France

Een mooie meid op
een fiets...

Nieuw woord: 'les crottins...'



A cause de l'hygiène...



Dochter van  Eva...



Keurig in het pak,
met stropdas...



Strak gebroekt,
rood  gelaarsd

Bien passé vos
vacances?

 

 

 

home


V
an Emotinne via Ciney naar Celles, Payenne, Houyet tot Mesnil-Eglise. De Ardennen. Dit zijn geen heuvels maar bergen. Het serieuze werk in de tour. Rianne doet haar best. Voor de spoorwegovergang in Houyet stapt een blijmoedige, ruim in het vlees zittende man uit een veewagen. Hij zegt: 'Nederland heeft twee paardjes geschonken aan gehandicapten in Sugny. Net zoiets als die van jou.'
Ik had het gelezen in het blaadje van het fjordenstamboek. 'Ik ga er een kijkje nemen', antwoord ik. Dat vindt hij puik.

Ik hoop dat ik Rianne niet teveel afpeiger. Bij de eerste rust na twee uur trekken resp. tegenhouden van de kar plukt ze enkele grassprieten en gaat liggen. Ook ik ga plat. Als ik opsta graast ze. Ik bedenk dat als ik mijn conditie als maatstaf neem, Rianne zich niet gauw zal overwerken. Naast overvloedig gras krijgt ze nu 's morgens en 's avond een kilo paardenbrok: wie hard werkt moet goed eten. Misschien verwen ik haar wel, ze is nog geen gram afgevallen. Bergopwaarts loop ik naast haar, het zweet op de rug net als zij. Ik moedig haar zacht pratend aan. Het helpt. Ze trekt energieker en straalt tegelijkertijd rust uit. Floppie, vastgebonden in de kar, jankt. Meewandelen kan nu niet. Ik leg haar uit dat ze in een ravijn kan kukelen, of platgereden worden door een passerende auto. Ze schijnt het niet te snappen. Ze blijft tenminste onverdroten doorjammeren. 

Na zes uur klimmen en dalen zit de dagtaak erop. Rianne is doodop. Op de top van een lange klim stop ik voor een alleenstaand huis. Er tegenover ligt een wei. Een vrouw komt naderbij. De wei is niet van haar, maar ze adviseert me Rianne en huifkar erin te rijden. 'En de boer?', vraag ik. Ze haalt haar schouders op. 
Na het uitspannen gaat Rianne meteen liggen. Ik doe haar de halsband van de tuier om en sla de ijzeren pin, waaraan de ketting kan ronddraaien zodat die niet opstropt, in de grond. Na enige tijd komt ze overeind en begint te grazen. Ik geef haar een portie brok, verzorg Floppie en dan mezelf. 
Het is een kille avond. Het waait. Te koud voor Rianne, bedenk ik. Ik laat mijn warme hap staan en leid haar naar een windstille hoek onder bomen. Ze gaat door haar knieën en neemt een gemakkelijke lighouding aan. Ik knauw met een hand in haar manen. Ze snorkt tevreden. Soms is ze net een hond. Floppie heeft mijn eten niet aangeraakt. Dat valt niet tegen. 

(12/8) 'Mon cheval, tu as besoin de moi. Pourquoi j'ai besoin de toi?' 
Pascal. 35 jaar. Klein, gezet, ongelukkig. Ze heet geen Pascal, haar vriend geen Philip. Twee willekeurig gekozen namen, omwille van de privacy. Terug naar Pascal. Ze zei: Mijn paard, jij hebt mij nodig. Waarom heb ik jou nodig? 
Boerendochter, schrijft gedichten. 'Je veux la solitude avec les bêtes et un enfant.' Ze wil leven in eenzaamheid, samen met dieren en een eigen kind. Ze laat me haar dieren, paarden, zien die in de buurt van haar ouderlijk huis in een wei staan. 
Vanaf haar achttiende werkt ze in een manege. Haar baas is niet op haar gesteld. Wie wel? Zelfs haar moeder houdt niet van haar. Zegt ze. Ze zoekt troost in de fles, net als haar vader die zich het graf heeft ingedronken. Zij haat 'de bourgeois die met hun dikke, ongeoefende konten op de paardenruggen beuken'. Er is meer dat ze haat. Eenmaal in gesprek schetst ze een leven gekenmerkt door treurnis en onvervulde verlangens. Haar leven, waarin naar ze hoopt spoedig verandering zal komen. Wie zal de reddende engel zijn die haar uit haar eenzaamheid komt verlossen? Wij, zij en ik, samen verder trekken met de huifkar, dat lijkt haar wel iets. 'En Philip?' vraag ik. 'Ik hou van hem, maar hij niet van mij. Hij houdt van mijn kookkunst.' 
Ze is gescheiden en woont inmiddels drie jaar met hem samen. 
Philip zag me staan op een parkeerplaats. Hij stapte uit zijn auto en riep: ' J'ai un pâturain! Et une place pour votre charette!' Plek voor paard en huifkar, blijer had hij me niet kunnen maken. 
Philip is leraar oude talen. Acht jaar geleden gaf hij de brui aan het onderwijs en begon een meubelfabriek. Als hij mij uitnodigt naar zijn wei te komen ben ik al een halve dag bezig met het fabriceren van mijn eigen meubilair: bankjes in de kar. Een doehetzelf heeft voor vierentwintighonderd franc hout, spijkers en lijm geleverd. Op de parkeerplaats voor de winkel leg ik de basis voor orde en netheid in de kar. Rianne kijkt toe. Meer valt er voor haar niet te doen, op de parkeerplaats ligt grint, er groeit slechts onkruid. 
Het verblijf bij Philip en Pascal heeft veel weg van een gratis vakantie in een hotel. Verse forellen, dikke biefstukken, superieure wijn en Belgische bieren van vergelijkbare kwaliteit.

(13/8) Pascal komt me om half negen wekken. Ze is de tweede die me uit mijn slaap haalt. Floppie joeg me er om zes uur uit door Rianne af te blaffen die met een zak vuilnis was gaan slepen. Met een houten kop sta ik op. De overdaad aan drank en spijs waarmee we de dag van gisteren afsloten wreekt zich. 
Het ontbijt bij Philip en Pascal wordt gelardeerd met gesprekken over sociaal-economische kwesties: de werkloosheid, de werklozen die dagelijks, elke dag op een ander uur, moeten 'doppen' (stempelen) om zwartwerken te voorkomen, de EG. 
Terug naar de kar, de bankjes afmaken. Hoewel ze volop kan grazen kijkt Rianne weer toe. Ze steekt haar grote hoofd onder de huif om mijn creatie te besnuffelen. 
Philip komt me uitnodigen voor het souper. Ik word uitgebreid voorgelicht over het gebruik van klinkers en medeklinkers in het Grieks, Latijn en Nederlands. Vervolgens, nog uitgebreider, over een zich al jaren voortslepend conflict met de buurman. Strijdpunt is een poort die de een wel en de ander niet wil. 
Pascal heeft een hoofdband gemaakt voor Rianne. Een rij katoenen touwtjes moet haar ogen vrijwaren van vliegen. Ze geeft adviezen: 1. Bergafwaarts altijd de rem gebruiken, zodat het paard moet trekken, 2. Vermoeide paardenbenen insmeren met leem, vermengd met azijn. 
Met twee flesjes Chimay, een blik ananas, coeur d'artichoc en een pak rijst keer ik terug naar de kar. Pascal begeleidt me. Ze stort haar hart uit. Ik heb er al over verteld. Het wordt twee uur. 

(14/8) Philip komt me halen voor de koffie. Daarna gaan we met zijn auto naar het postkantoor. Er liggen, post restante, papieren van de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees die nodig zijn om Rianne over de Franse grens te krijgen; de uitslag van de keuring, verplicht voor de export van vee. Ik heb er onderweg over opgebeld. Geen infectueuze anemie, alles in orde. 
Ambtelijk gedoe. Eerstens exporteer ik niets, tweedes zijn de papieren niet meer geldig tegen de tijd dat ik bij de grens kom. Met iemand die te paard dan wel per paard en kar de grens over wil, houden de voorschriften geen rekening. 
Klaar voor vertrek.
Ik geef voor de ogen van Philip een demonstratie van onervarenheid in terreinrijden. De kar hotst en botst door de hobbels en kuilen in de wei. Rianne schrikt en zet het op een lopen. De kar dreigt te kantelen, een streng schiet los, een riem van het borsttuig en de riem tussen broek en schoftje breken, de andere streng valt van het zwenghout...Rianne is vrij. 
Philip helpt me de kar met de burrie voor de uitgang van de wei te zetten. Daarna brengt hij me naar de schoenmaker die het tuig kan repareren. Hoe zeg je het in het Frans? Ik hoef niets uit te leggen, de man is doofstom, maar aan zijn ogen mankeert niets. Morgen, twaalf uur, kan ik terugkomen. 
Hoe graag was ik vertrokken. Pascal, aardige meid, wordt me te aardig. Ik stort me op het schoonmaken van de huifkar. Bij mijn poging tot vertrek stond nog een halve emmer waswater in de kar. Zeer slim! De schade is beperkt gebleven, dankzij het plastic waarin levensmiddelen en paardenbrok zijn verpakt. Op mijn dooie gemak haal ik alles uit de bankjes en onder de bok vandaan. Als ik inruim is de kar schoon als nooit tevoren. Dan wijd ik me aan het schrijven van brieven. Het thuisfront wil onderhand wel eens weten hoe het mij vergaat.

(15/8) Mooi, ademloos mooi is het landschap. Glooiende heuvels, dennenbomen die weiden en velden met tarwe omzomen. Voordat ik daarvan kan genieten neemt Pascal me mee naar een bedevaartsplaats. Immers, pas om twaalf uur kan ik het tuig ophalen bij de schoenmaker. Ze heeft een dag vrij genomen.
Het is een kerk zoals er zo veel zijn. Ongemakkelijk zittende houten banken, Mariabeeld, brandende kaarsen. Het is er beduidend koeler dan buiten. Heet zomerweer. Als ik tenslotte om twee uur 's middags vertrek, laten de eerste regenwolken zich zien. Ik begroet ze met vreugde.
's Avonds om negen uur zit ik aan tafel bij kennissen van Philip en Pascal. Frites, biefstuk, champignons. De vrouw heeft een baby van zes weken. Ik denk aan de wens van Pascal. Over Sugny, waarheen ik op weg ben en waar met fjordenpaarden aan hippotherapie wordt gedaan, 'un technique de resocialisation des handicapés', hoor ik negatieve geluiden. Te zakelijke opstelling van de directeur. Wat die hippotherapie, een therapie voor gehandicapten met gebruikmaking van paarden, precies inhoudt is me niet duidelijk. 
De telefoon gaat. Pascal. 'Ça va?' Ja, het gaat prima met me. Nu iets minder, maar dat zeg ik er niet bij. Ze zal me ook in Sugny bellen. Mon Dieu. Die heeft het echt te pakken.

(16/8) Berg op, berg op en nog eens berg op. Vijfeneenhalf uur later zijn we in Sugny. Een zwijgzame paardenknecht laat me de uit Nederland gekregen fjordenpaarden zien. Voor informatie over doel en werkwijze van de stichting moet ik bij de directeur zijn. Maar, die is op vakantie. Nou, dat is het dan. Nu weet ik nog niet wat die hippotherapie in Sugny inhoudt.

Op een groenstrook beneden in het dorp is plek voor ons. Er staat een Brusselaar met caravan. Hij vertelt in de Tweede Wereldoorlog hier in de bossen tegen de Duitsers te hebben gevochten. Hij komt er regelmatig terug om te wandelen. Aardige, gedienstige man. Hij legt me uit welke route ik het beste naar Lyon kan nemen en tekent die aan op een landkaart welke ik van hem krijg. Ik vertel hem van de verlopen grenspapieren van Rianne. Daar weet hij wel een oplossing voor. Hij kent de weg in deze contreien.
Een jongeman komt me namens de directeur van het plaatselijke hotel vragen of ik zondag wil meetrekken in de optocht. Fête du village, dorpsfeest. Gratis maaltijd in het hotel. 'Ja' betekent dat ik hier vier dagen zal moeten bivakkeren. Ik wil verder. Op naar Doutreloux. Onderweg daarheen word ik tot mijn schrik en verbazing ingehaald door Pascal. Ze was in Sugny om een Haflinger hengstveulen te kopen. Stevig dier, ik heb het gezien.
In de buurt van Doutreloux is een picknickplaats. Mooie plek voor de nacht. We nemen een pintje. 'Nou, dat was het dan. Tot ziens, au revoir. Misschien kom ik op de terugweg bij jullie langs.' Niks te 'au revoir', Pascal wil mee. Ik zeg: 'Op naar huis, naar je Philip. Doe hem de groeten.' Dat blijkt niet stante pede te kunnen. De dynamo van de auto is stuk, de accu laadt niet bij. Het is donker, met licht rijden kan niet. Ook heeft ze te veel gedronken om nog achter het stuur te kruipen. Of ze kan blijven slapen? Ze is inderdaad aardig in de olie, het valt me nu pas op. Blijkbaar heeft ze zich tevoren moed ingedronken. 'Nou, blijf dan maar slapen.'
Mijn bed is te smal voor twee personen. Toch maar geprobeerd. 'Kleren aan, omdraaien en pitten', zeg ik. 'Pas de problèmes.' Een loze belofte. Gefriemel, gefrutsel, 'je t'aime'. Het gevoel is niet wederkerig. Ik ben het gedoe beu en zeg: 'Ga maar in je auto slapen.' 'Tu es méchant', pruilt ze. Ik wreed? Het zal wel. Vijf minuten later is ze terug. 'J'ai froid.' Het is inderdaad verduveld koud buiten. Ik geef haar de paardendeken. Ze wikkelt zich erin en gaat aan het voeteneind liggen. Met opgetrokken knieën past ze net in de breedte van de kar; klein zijn heeft ook z'n voordelen. Even later verraadt een licht gesnurk dat ze in de armen van Morpheus ligt. Aardige meid, ik heb met haar te doen. Maar ik ben niet de engel die haar uit haar eenzaamheid kan verlossen. Ik doe geen oog dicht. Als het licht begint te worden wek ik haar. 'Dag Pascal, het ga je goed.' Haar auto start zonder problemen. Was de dynamo stuk?

 

 

Rawhide